1295 De slag om Baarland.

Het is begin oktober 1295.


Floris V, de machtige graaf van Holland en Zeeland, heeft van een spion gehoord dat Vlamingen een overval beramen op het dorp Baarland. Hij wil zijn grondgebied en zijn macht verdedigen. Baarland ligt niet ver van Monster, (het tegenwoordige dorp Borssele) waar zijn naamegnoot ridder Floris van Borselen woont. Deze Zeeuwse ridder moet zoveel mogelijk soldaten verzamelen voor het leger van graaf Floris V.

Ook de 15-jarige Maarten, de schildknaap van ridder Floris van Borselen, moet mee. Hij krijgt een speciale opdracht.

Het leger van graaf Floris V is lang niet zo groot als dat van de Vlamingen. Zou het stand kunnen houden? Onverwachts komt er hulp opdagen, maar zou dat genoeg zijn? Zou Maarten het er levend van afbrengen?

Zo zag Zeeland er in 1295 uit

De aanleiding voor het verhaal was dit kistje met botten. Ze werden in 1953 gevonden bij de berg van Coudorpe, vlakbij het dorp Driewegen.

Maar van wie waren die botten?

Ze bleken te zijn van een heuse dappere Hollandse ridder die in 1295 tijdens een veldslag in Baarland op brute wijze werd vermoord door Vlamingen.

Bekijk het filmpje over De Hellenburg in Baarland.

Aan het woord is historicus Peter Hendrikx

Het verhaal speelt zich gedeeltelijk af in slot Oostende, Dat is nog steeds te zien in Goes. In 2015 kreeg het een nieuwe bestemming. Het is nu gerestaureerd. Er wordt o.a. Kasteelbier gebrouwen. Je kunt er nu lekker eten en ....overnachten.

De presentatie van het boek vond plaats in Baarland. Melis Stoke, de geschiedschrijver van graaf Floris V was ook aanwezig.

Er werd middeleeuwse muziek gemaakt in de fraaie kerk die genoemd is naar Sint Maarten.

Van dit boek is door Dedicon (instelling t.b.v. blinden en slechtzienden) ook een luisterCD gemaakt. Die is te bestellen bijDedicon. Ook het boek Krijn en de magische speer is door hen als luisterboek uitgegeven. Daarvoor wordt een boek helemaal ingesproken. Ik ben er erg trots op dat zij nu al twee van mijn boeken hebben uitgekozen.

Het eerste exemplaar werd aangeboden aan Mart Steketee, de huidige kasteelheer van Hof Baarland.

Hij stelt zijn kasteel een paar keer per jaar open voor publiek. Het ziet er prachtig uit.

Als je op een dergelijke dag in een van de torens zit en je even je ogen sluit, kun je dromen dat je even terug bent in de tijd van Maarten.

Klik op de cd

LESBRIEF 1  De landkaart van vroeger en nu. Je zoekt de verschillen tussen het jaar 1300 en 2000.


Vak: Aardrijkskunde


Voor wie: voor leerlingen in tweetallen


Achtergrondinformatie:

Zeeland zag er in 1300 totaal anders uit dan tegenwoordig in de 21e eeuw. Je ziet de kaart hierboven. Bedijking was langzaam op gang gekomen. Zo lag er rond het voormalige eiland West-Borsele nog maar sinds kort een ringdijk. Daarmee het werd verbonden met het eiland Oost- en West Baarland, waarop het dorp Baarland lag.

Om vanuit het dorp Monster (het tegenwoordige Borssele) naar Goes te gaan, moest je overvaren. Overal waren veerdiensten. De veerman moest rekening houden met het getij.

In 1300 waren er nog geen snelwegen zoals de A58, die dwars door Zeeland loopt. Je kon van de ene plaats naar de andere als je een paard had. Anders moest je lopen. Dat was niet ongevaarlijk. Er waren veel moerasachtige plekken waar je in weg kon zakken. Hier en daar zwierven struikrovers rond die op de loer lagen om jou je bezittingen af te pakken.


Opdracht:

Stel je voor: je bent net als Maarten een schildknaap van een belangrijke ridder. Net als Maarten uit het verhaal reis je vanaf het dorp Monster, dat tegenwoordig Borssele heet, naar Goes. Teken op de kaart de route in.


Daarna volg je dezelfde route op de kaart uit het jaar 2000. Je ziet hem hieronder. Die is natuurlijk heel anders dan vroeger. Wat zijn de verschillen?

LESBRIEVEN

Invulschema voor de verschillen


In 1300


In 2000


Het water


De wegen


De dorpjes, bebouwing


Vervoermiddelen


De bewoners

LESBRIEF 2

Links hedendaagse ridders met

Middeleeuwse zwaarden.

Rechts de kelder van Slot Oostende. Het heette in 1200 Slot Torenburg.

Graaf Floris V

Lesbrief 2 bij dit boek: Bestemd voor groep 7 en 8 van de basisschool


Kruip in de huid van een schildknaap


Algemeen: een lesbrief bestaat uit achtergrondinformatie en een of meerdere

opdrachten.

Er wordt  vermeld voor wie de lesbrief is bedoeld. De bedoeling is dat

eerst de achtergrondinformatie wordt gelezen.



Achtergrondinformatie:

Voor een schildknaap als Maarten zag het leven er heel anders uit dan voor een jongen

uit de 21e eeuw en natuurlijk ook voor een meisje als Hadewych.

Jij eet in de morgen twee dun- of dikgesneden boterhammen met pindakaas. Of je eet een bord brinta. Tussen de middag twee of drie boterhammen, misschien wel meer. Je eet er een appel bij of een mandarijntje. Je gaat naar school, lopend of met de fiets. Waarschijnlijk ga je ook sporten. Je kunt kiezen voor voetbal, of tafeltennis of een andere sport die je leuk vindt. 's Avonds kijk je naar tv of ben je met je tablet of Ipad bezig.

Maar hoe zag het leven van Maarten of Hadewych er uit?

Als Maarten nog heel klein is, krijgt hij les van een rentmeester over het onderhouden van het landgoed van de ridder. Hij leert allerlei vaardigheden die belangrijk zijn voor een toekomstige ridder. Op 5 jarige leeftijd wordt hij page bij een andere ridder. Hij moet dan ver weg van zijn ouders en verdere familie. Wegen zijn er nauwelijks. Om te reizen moet je goed kunnen paardrijden. De weinige paden zijn niet verlicht en er zwerven struikrovers rond. Maarten kan dus niet zomaar een eindje gaan wandelen. Hij moet trouwens allerlei klusjes doen.

In de middeleeuwen werd 's middags en 's avonds gegeten. Jonge kinderen en vrouwen konden wel ontbijten. Brood was heel belangrijk voedsel. Dat stond altijd op tafel. Op gewone dagen werd op een kasteel sober gegeten. Maar als het feest was stond er van alles op tafel. Gebraden vlees, dikke plakken hesp (ham), smakelijke worsten. Pasteien om van te smullen. Die werden vaak versierd met de kop van een beest. Ook vis, oesters en andere schelpdieren stonden dan op het menu.



Opdracht: Maak een opstel over het leven van een schildknaap in de Middeleeuwen. Het moet minstens drie A4 tjes groot zijn. En daar mag je best een plaatje bij zetten, of een tekening.


Natuurlijk mag je je fantasie gebruiken. Je mag bijvoorbeeld verzinnen hoe een

schildknaap van toen plotseling in het jaar 2000 opduikt.

De meester of de juf bekijken de opstellen. De tien mooiste kunnen in een map

of ordner samengevoegd worden. Misschien vindt de juf of meester ze allemaal

wel mooi. Dan hebben jullie met zijn allen je eigen ridderboek gemaakt !!