Grenslindes zijn niet alleen prachtige bomen, ze hebben ook een bepaalde functie. Met een dergelijke boom werd vroeger een grens afgebakend. De grens tussen twee gemeentes bijvoorbeeld, of de grens van het gebied van een ambachtsheer. Ook werd er dikwijls een geplant bij een splitsing van dijken. In de Zak van Zuid-Beveland staan er ongeveer 90. Ze zijn allemaal in kaart gebracht. Jan de Ruiter, oud archivaris van de gemeente Borsele, heeft ze allemaal beschreven.

De linde en de lente

Op deze pagina staat een verhaal over de grenslinde bij Driewegen. Hij is geplant in 1791 !!


Het boekje met het verhaal werd in het kader van Boomfeestdag op 22 maart 2000 aangeboden aan groep 6 tm 8 van Basisschool Het Opstapje te Driewegen.

Op die dag werd door leerlingen van de school een Millennium Boom, een linde, geplant vlakbij de oude.

Het is de boom op de foto rechts. Nu 17 j. oud (2017)

DE LINDE EN DE LENTE


De oude boom rekte zich eens lekker uit. De kronkelige takken aan zijn dikke lijf gingen op en neer alsof ze een dansje hadden ingestudeerd. De boom had het erg naar zijn zin. Een zacht voorjaarszonnetje had door zijn kruin geschenen en hij voelde dat het weer lente werd. Dat betekende dat hij weer blaadjes zou krijgen. Eerst van die tere piepkleine

knopjes, die langzaam

groter zouden worden,

net zolang tot het echte

blaadjes waren.

Ieder jaar werden het

er meer. Ze vormden een

steeds grotere pruik die een zomer lang mee zou gaan. Gelukkig niet langer dan een zomer want een dergelijke volle pruik wordt loodzwaar als hij overvallen wordt door een fikse regenbui.

Ook keek de oude boom al uit naar de herfst. Dat was de periode waarin zijn blaadjes droger werden en van kleur veranderden. Eerst veranderde de groene kleur in warm oranjerood om daarna langzaam aan bruin te worden.

Na de herfst kwam er steeds een nog koudere periode, de winter. De oude boom glimlachte als hij daar aan dacht. De winter, de tijd waarin hij zijn blaadjes, die dan helemaal opgedroogd waren kon laten vallen. Wat had de natuur het allemaal mooi geregeld. Hij hoefde immers niet bang te zijn voor sneeuw. Als zijn blaadjes in de winter nog aan de takken hingen, kon hij een dikke laag sneeuw echt niet dragen, Al zijn takken zouden het begeven! En wat was een boom nou zonder takken?


pag.1

Die variatie van weersomstandigheden vond hij een van de leuke dingen in zijn bomenleven. De seizoenen volgden elkaar steeds weer op. Hoe lang stond hij hier nou? Misschien wel honderden jaren. Hij had ze niet geteld. Een ding wist hij zeker. Hij had altijd hier gestaan, op de dijk, bij de splitsing naar het kleine dorp. Altijd op dezelfde plaats en hij had zich nog nooit verveeld. Toch had hij er wel eens over staan denken hoe het zou zijn om naar een andere plaats te gaan. Maar stel je voor dat het daar niet zo interessant zou zijn, dan zou hij meteen terug willen naar zijn oude plek. En dan was die plek natuurlijk al ingenomen door een andere boom. Wie weet wat voor een. Misschien wel een doodgewone populier, een saaie snelgroeier waarvan je alleen klompen kon maken. Niet dat de oude boom iets tegen klompen had. Hij had er in al die jaren vele - soms hele mooie - voorbij zien stappen. Ze leken hem erg nuttig als vervoermiddel. De laatste tijd zag hij er steeds minder, dat was waar. Steeds vaker zag hij mensen op sportschoenen voorbijlopen. Ze waren al voorbij voordat hij er erg in had, want soms leek het wel of die mensen op lucht liepen.

Nee een doodgewone boom, zoals een populier was hij zeker niet. Hij was een linde, een hele oude. In deze streek, die men De Zak van Zuid-

Beveland noemde, betekende dat een boom met status. Hij was een boom met een belangrijke functie in het landschap.

Op de plaats waar hij stond, kwam de weg uit het dorp bij de dijk.


pag.2

Die jaarringen kon je tellen en dan wist je hoe oud de boom was geworden. Zo'n jaarring kon je ook groering noemen. In een voorjaar froeit een boom sneller dan in het najaar. Het gedeelte dat in het voorjaar is gevormd is licht gekleurd, het gedeelte dat in het najaar is gevormd is donkerder van kleur en ook iets harder.Tja, bedacht de boom, zo simpel is het leven van een boom dus niet.

Stil, zei de boom tegen zichzelf,

je krijgt bezoek. Twee oudere

fietsende heren stopten bij de boom

om even pauze te nemen

"Kijk nog maar eens goed om je heen", zei de ene heer tegen de andere. "Het gaat hier allemaal veranderen als de tunnel onder de Westerscheldeklaar is."

"Dat is toch prima", zei de andere

heer. "Dan ben je snel aan de over-

kant."

Ze bleven nog even zitten. Maar ze stapten al gauw weer op om verder te fietsen.

Nog maar kort geleden waren er naast de boom een tafel en een bankje neergezet. Soms kwamen daar mensen zitten om even uit te rusten. Dan hoorde hij de laatste nieuwtjes.

Tegenwoordig haden de mensen het vaak over computers. Wat dat nou voor dingen waren, daar had de boom geen idee van. De mensen hadden het er over dat je daar zoveel gegevens mee op kon slaan, op je harde schijf, als die maar groot genoeg was. Dat moet je net tegen een boom vertellen. Als iets een grote harde schijf heeft, is het wel een boom. Vandaar dat een boom alles onthoudt wat hij te horen krijgt.

De boom schudde zijn blaadjes. Hij bedacht glim-

lachend dat hij op zijn eigen harde schijf heel wat gegevens kon opslaan. Die meester die eens op

bezoek was geweest, had zijn

leerlingen nog uitgelegd dat je

op een schijf van een boomstam jaarringen kon zien.



pag. 5

Soms zaten er stelletjes onder de boom. Twee mensen die elkaar allerlei woordjes influisterden. Soms heel lieve woordjes. Dan gingen die twee dicht bij elkaar zitten. Maar de boom hoorde niet altijd leuke woordjes. Soms zaten er twee mensen bij elkaar die tegen elkaar schreeuwden en tekeer gingen.Dan zuchtte de boom maar eens. Op zo'n moment was hij blij dat het leven van een boom toch niet zo gecompliceerd was. Hij stond in zijn eentje in het leven en hoefde enkel maar te zorgen voor bloemen aan zijn takken. Daar kwamen insecten op af die zorgden voor bestuiving. De bloemetjes verdroogden en daaruit kwamen de zaadjes. Die hoefde hij alleen maar te laten vallen. Insecten en vogels deden de rest. Ze aten de zaadjes, of vlogen er mee weg en zorgden zo voor verspreiding.Niet alle bomen waren immers aangeplant. Er groeiden ook bomen op plaatsen waar geen mens ooit was geweest. En de boom wist wel hoe dat kwam. Hij wist ook dat de meeste gevallen zaadjes opgegeten werde ndoor koeien en paarden, die juist deze zaadjes erg lekker vonden.


pag. 6

De boom vond het een leuke gedachte dat er misschien wel mijlen ver wegeen boom zou staan die uit een zaadje van hem was gegroeid. Bovendien was hij er trots op dat hij als een soort stofzuiger de lucht zuiverde.

Een van de mensen die bij hem op bezoek was geweest had het verteld:

"Een boom als deze linde kan evenveel schone lucht produceren als een gezin in een heel jaar kan schoonmaken met stofzuigen."De boom vond het leuk om herinneringen op te halen uit het verleden. Daar had hij ook tijd genoeg voor. Tjonge wat had hij een hoop meegemaakt! En wat hat hij een hoop gezien vanaf dit mooie plekje bij de dijk. Hij herinnerde zich zelfs nog hoe hij hier werd neergezet, al was dat wel heel lang geleden. Hij lag in een grote kar die getrokken werd door twee paarden. Naast hem lagen andere jonge boompjes. Ze reden van het ene dorp nar het andere. Hier en daar werd gestopt en dan werd er een boompje uit de kar gehaald. Daar stonden mannen met een grote schop klaar om de boompjes in de grond te zetten. De plaats waar het boompje kwam te staan was nauwkeurig bepaald. Dat gaf al aan dat het hier om bijzondere exemplaren ging, met een speciale functie in het landschap.


Pag. 7

De lindeboom keek tevreden om zich heen. Hij keek uit op de weg die uit het dorp kwam. Daarnaast lag een stuk grond dat er bij elk nieuw seizoen anders uitzag. Soms was het rood van de tulpen, soms groen van de bieten of andere gewassen. Soms was het helemaal geel van koolzaad of groeide er graan dat zo mooi kon wuiven in de wind. Als de akker was opgespit en de zon ging schijnen na een regenbui lag de klei te glimmen als pas gepoetst zilver Hij was alijd nieuwsgierig wat er weer zou gaan groeien.

Verder weg zag hij de Westerscheldedijk, waar dikwijls schepen voorbijkwamen. Als hij de andere kant op keek, zag hij een stuk grond dat er ook elk seizoen anders uitzag en waar hij vaak dieren zag lopen.Konijnen  bijvoorbeeld. Die hadden de gewoonte om naar hem toe te komen om keuteltjes neer te leggen. Dat vond hij niet vervelend. Dat was vast en zeker gezonde mest. Hij was immers nog nooit ziek geweest. Ze waren gezelliger dan hazen. Die konden nooit eens rustig blijven zitten.De boom kende nog meer beestes die rond hem in het gras scharrelden: muisjes, egeltjes en piepkleine kevers. Ook zag hij elke dag vogels' 's Mogens zat er vaak een merel op een van zijn takken te zingen. Hij kreeg ook fazanten en patrijzen op bezoek. Die waren altijd schrikachtig en fladderden bij het minste lawaai op. Vooral 's nachts waren er veel dieren actief. Alsof die lieve in het donker op pad gingen, omdat dan de mensen sliepen.


pag. 8

De boom dacht met weemoed terug aan de dichteres die hij had gekend. Vanuit zijn kruin keek hij uit op een huisje, verscholen door een heg. Daar woonde een tijdlang een dichteres. (Mensje van Keulen). Hij zag haar dikwijls buiten met een pen en een boekje. Dan kwam ze aan zijn voet zitten, in het gras. Als ze bedroefd keek, ritselde hij met zijn blaadjes een opbeurend melodietje. Dan keek ze even naar boven. Zou ze begrepen hebben dat hij haar op wilde beuren?

Bij hetzelfde huisje had de boom jaren geleden iets heel vreemds gezien. Op een dag was de man die er woonde op een ladder geklommen die hij tegen de schoorsteen had gezet. Hij was gevallen in het struikgewas. De boom had hem om hulp horen roepen. Voor het eerst had hij zich machteloos gevoeld. Veel meer dan ritselen met zijn blaadjes had hij immers niet kunnen doen. Hij had nog wel een dikke tak laten vallen, maar dat was lang niet genoeg om de man hulp te bieden. Pas de volgende dag kwam de vrouw de tuin in. Zocht ze de man? Als dat zo was, had ze geen succes. De boom wist precies waar de man lag, maar hij kon niets doen. Dagen later kwamen er plotseling een heleboel  mensen de tuin in. Ze zochten onder de struiken en vonden daar de man. Ze brachten hem naar binnen. Er kwamen vreemde auto's en vreemde mensen naar het huisje. Daarna werd het er weer rustig.

De boom herinnerde zich ook dat hij allemaal nattigheid uit de richting van de Westerscheldedijk zag komen. Was dat niet nog langer geleden?


pag. 9

In ieder geval was het winter. Midden in de nacht stormde het. De wind gierde. Hij kon zich nauwelijks overeind houden. Hij staarde in de  verte en zag het water aankomen. Dat was zo'n eng gezicht dat hij begon te shaken. Zijn takken maaiden doelloos in de wind heen en weer. Het huisje verderop onderaan de dijk stond al gauw in het water. De boom vreesde het ergste. Regen en wind ging nog wel, dacht hij, maar stel je voor dat zijn voeten nat werden. Dat kon niet gezond zijn. Gelukkig bereikte het water hem niet.

Korte tijd later reden grote vrachtauto's af en aan met zand. De boom trilde gewoon van die zware wagens.


pag. 10

Hij kon nog net zien hoe in de verte het landschap veranderde. Struiken verdwenen, een nieuwe weg kwam er voor in de plaats. Een nieuwe dijk moest  zorgen dat het water niet meer in de polder kon komen. Het uitzicht werd er wel saaier van, maar daar was niets aan te doen.

Trillen en shaken, zoals die keer toen het water zo dichtbij kwam, had de boom wel vaker gedaan. Dat was in oorlogstijd. Ook toen reden er zware wagens  rond. Maar hij had ook harde knallen gehoord, geschreeuw van mensen die het over bommen hadden. Het hoe en waarom had hij nooit begrepen.

Door de jaren heen had de boom niet alleen het landschap zien veranderen, maar ook de mensen. Hun kleding bijvoorbeeld. Hij herinnerde zich dat er zo'n honderd jaar geleden een prachtige koets bij hem stopte. Er stapten mensen uit die er erg mooi uitzagen, Een groot kleed werd door een deftige meneer op het gras aan de voet van de boom uitgespreid. Daarop werden allerlei lekkernijen neergelegd die de man uit de grote mand tevoorschijn haalde. De vrouwen droegen prachtige, ruisende lange rokken en hielde neen parasol op om hun hoofd tegen de zon te beschermen. De heren waren gekleed in fraaie, glimmende jassen en broeken. Die mensen zagen er zo heel anders uit dan de mensen uit het dorp. Die droegen bijna altijd dezelfde grove, eenvoudige kleding. Maar niet allemaal. Er waren er ook die gestoken waren in klederdracht. De boom keek altijd met genoegen naar die mooie bonte doeken en beuken. De vrouwen keken zo fier met de stijve witte kappen op hun hoofd met de blinkende hoofdijzers.

Zou dat bij het tijdsbeeld horen?, vroeg de boom zich wel eens af. Ingewikkelde kleding dwingt mensen tot rustig bewegen. Simpele kleding hoort bij mensen die alles snel willen doen.





pag. 11



In de tijd van nu gebeurt alles snel, veel te snel voor een oude boom als hij. Gelukkig hoefde hij alleen maar boom te zijn.

De boom rekte zich nog eens lekker uit. Hij zwaaide amicaal met een paar van zijn takken naar de zon. Het werd lente!!!

De oude boom stond daar fier als een baken. Ook een beetje als richtingaanwijzer. Vaak stopten mensen bij hem om een beetje rond te kijken en uit te rusten op het bankje. Dan voelde de boom zich erg nuttig.

De boom schudde zijn kruin. Zou hij later ook nuttig zijn, als hij dood was? Hij moest er niet aan denken dat hij ooit dood zou gaan, maar hij besefte wel dat ook een boom niet het eeuwige leven had. Wat zouden de mensen met hem doen? Zouden ze mooie planken van hem maken? Hij had een mooie, vaste nerf, niet al te hard en eigenlijk geschikt voor heel veel doeleinden.

De meester van de school in het dorp was op een mooie dag met zijn leerlingen op bezoek geweest. Hij had de kinderen een heleboel over de boom uitgelegd. Hij had ook verteld dat je van het hout van deze lindeboom, van hem dus, veel mooie gladde dingen kon maken. Bijvoorbeeld de tekenplanken die de kinderen op school gebruikten.

En niet alleen het hout van een linde als deze is goed bruikbaar, had de meester nog gezegd. Van de bloesem van een linde kun je gezonde thee maken. Gewoon bloesem in een theepot doen, heet water erop en even laten trekken. De meester deed dat wel eens als hij hoofdpijn had.

De boom had even gezellig zijn takken laten ritselen, zo trots was hij op zichzelf toen hij dat allemaal hoorde. Op die dag had de boom ook voor het eerst gehoord dat hij een echte Latijnse naam had. Dit was een gewone

linde en zijn naam was Tilia Europaea. Er waren nog meer soorten linde, de grootbladige en de kleinbladige en deze was een tussenvorm van die twee.

Hij noemde ook nog de andere soorten: zilverlinde, de Amerikaanse linde en de Japanse linde.


De boom probeerde eens of zijn voetwortels al een beetje loszaten, en ja, hij kon de uiteinden al een beetje bewegen. Het werd echt lente. Hij voelde al een beetje lentekriebels De stramheid van de winter zou nu snel voorbij zijn. Straks zouden de sapstromen in zijn bomenlijf weer sneller gaan stromen.

Maar die kwamen hier nauwelijks voor.

De boom grinnikte, zouden de mensen wel beseffen dat hij onder de grond bijna net zo groot was als boven de grond? En dat hij eigenlijk een chemisch fabriekje was? Via zijn wortelsteldel, dat hem zo lekker in de grond verankerde, zoog hij water en daarmee voedsel uit de grond naar omhoog, In dat water zaten voedingsstoffen die hij in zijn stam opnam. Het water ging tot in zijn kruin, waar een gedeelte via zijn blaadjes verdampte. De boom maakte met de rest van het water, samen met het zonlicht, met het bladgroen in zijn blaadjes en met het koolzuur uit de lucht om hem heen, zijn eigen voedsel klaar. En zo produceerde hij zuurstof. Het voedsel ging weer naar beneden naar zijn bast. Zo bouwde de boom zijn weefsel. Hij kon zelfs reserves maken voor periodes van droogte en voor de winter.





pag.3

pag.4

pag.12