Helden van de Honte

Uitgeverij Den Boer/De Ruiter Vlissingen, 2007

               90-74576-86-9, 145 pag.

Illustrator: Toon Capello

Pieter is een jonge schaapherder. Hij droomt ervan ooit op een groot schip aan te kunnen monsteren en op reis te gaan. Maar zijn vader is er fel op tegen. Als Pieter op een dag met zijn moeder naar Vlissingen gaat, maakt hij daar de noodlottige stranding van het admiraalschip Walcheren mee.

Het boek is gebaseerd op ware gebeurtenissen: op 27 november 1689 liep het schip, vlak voor het de haven van Vlissingen binnenliep, vast.

Zeeland in 1650

Wist je dit?

Het nummeren van huizen was in de Gouden Eeuw nog lang geen gewoonte. In de Middeleeuwen bestonden er nauwelijks straatnamen. Degene die er waren, waren afgeleid van huisnamen. Met het geven van een naam aan je huis kon je laten zien wie je was of welk ambacht je uitoefende. Het was natuurlijk handig voor de verkoop van brood als iedereen wist dat jij de bakker was.

Echte winkels waren er ook niet. Verkoop van goederen gebeurde vanuit het woonhuis of op de markt. Sommige verkopers hadden een luifel voor hun huis.

Pas in de Franse tijd, in het begin van de negentiende eeuw, gaf men eerst de wijken in de steden een nummer. Daarna kregen de straten een naam en ging men de huizen nummeren. Pas in de tweede helft van de 20e eeuw werden in Nederland de postcodes ingevoerd.


Michiel de Ruijter woonde in de Nieuwstraat op nummer 13. Hij kocht dit huis en gaf het een prachtige naam: "De gecroonde liefde".(linksboven) Met zijn gezin woonde hij er tot 1653, toen ze naar Amsterdam vertrokken.

Behalve om aan te geven dat men rijk was of machtig, of allebei, wilde men op de gevel ook laten zien welke familie in dit huis woonde. Vaak had de afbeelding betrekking op de naam van de bewoners. Zo liet de familie Lampsins een gevelsteen maken met een lammetje.(foto midden)

De familie De Ruijter, getrouwd met de rijke Middelburgse familie Parker, wilden met dit wandschild laten zien hoe machtig en rijk ze waren. (foto rechts)


Soms werd een huis genoemd naar een belangrijk persoon, als deze in het huis verbleef bij een bezoek aan de stad. Tegenwoordig heeft een staatshoofd meerdere snelle middelen van vervoer. Reizen in de Gouden Eeuw kostte heel wat meer tijd.

Niet alleen rijke mensen gaven op of aan hun gevel aan wie ze waren, ook ambachtslieden wilden hiermee laten zien welk ambacht ze uitoefenden.

Omdat aan veel gevelstenen, uithangborden en andere versieringen toch een stukje geschiedenis vast zit, werden die aan het eind van de 20e eeuw langzamerhand in ere hersteld.

Tegenwoordig versiert men zijn huis met allerlei frutsels om een beetje op te vallen. Of gewoon omdat men het leuk vindt.


.

Vraag: Hoe zou jij jouw eigen huis herkenbaar maken als je in de Gouden Eeuw leefde?

Ga lekker aan de slag. Bedenk iets dat bij je eigen naam past. Maak een schets en werk die uit. Je mag natuurlijk geen straatnummer gebruiken.Teken het ontwerp voor jouw eigen gevelsteen en maak je eigen ontwerp in klei.

Links illustrator

Toon Capello